Bel voor een afspraak of meer informatie:
Kapellerlaan 65 • 6041 JB • Roermond
Wat betekent dit nu voor de training?
Tijdens de inprentingfase is het heel belangrijk dat ze met soortgenoten en mensen om leren gaan. Ziet de hond geen soortgenoten dan zal hij sociaal gedrag tonen ten opzichte van mensen en niet ten opzichte van honden. Dit geldt natuurlijk ook andersom.
Tijdens de socialiseringsfase is het de bedoeling dat de pup zoveel mogelijk meemaakt in onze wereld (trein, fiets, stofzuiger enz.). Wat in deze periode fout gaat is moeilijk te corrigeren, maar niet geheel onmogelijk. De volgende dingen moeten in deze periode gebeuren:
· zindelijk maken
· wat wel en niet mag in huis
· spelen met de baas
· omgang soortgenoten, sociaal gedrag
· de beste tijd om te beginnen met de trainingen
In de rangordefase gaat de pup zoveel mogelijk zijn grenzen proberen te verleggen. Veel pups happen in deze periode in de broekspijpen, handen, mouwen, enz..: dominantspel. Tijdens de training worden veel dominantie bevestigende oefeningen gedaan, waardoor de pup leert dat hij onderaan de ladder staat en de baas de roedelleider is.
De puberteitsfase is de moeilijkste fase in een hondenleven. Alles wat hij geleerd heeft is hij ineens weer vergeten. Nu ligt de taak bij de baas om een echt roedelleider te worden als hij dat nog niet was. De opvoeding zal dus bestaan uit heel consequent handelen en opvoeden. Als iets mag dan mag het altijd, als iets niet mag dan mag het nooit.
De hond mag in deze periode niet leren vechten en al zeker niet winnen, want dan zal de hond in de toekomst sneller tot vechten overgaan. De onzekere hond moet tijdens spel af en toe winnen om meer zelfvertrouwen te krijgen. De baas zal het spel echter altijd eindigen.
Aangeleerd gedrag.
Tijdens de inprentingsgase ( 4e tot 12e week) leert de pup de belangrijkste basisgedragingen door eigen ervaring. Het leren door eigen ervaring noemen we aangeleerd gedrag. Het is de blauwdruk voor hun verdere leven. Wat in deze periode fout gaat is haast niet meer te veranderen.
Bijvoorbeeld: Als een pup in deze periode op een positieve manier met kinderen in aanraking komt is de kans groot dat de hond op volwassen leeftijd kinderen als zijn maatjes beschouwd.
Als een pup op zijn staart wordt getrapt en daardoor een onprettige ervaring opdoet zal hij als volwassen hond kinderen mijden. Deze onprettige ervaring kan alleen in de inprentingfase nog ongedaan worden gemaakt.
Fout gedrag wat na de 12e week ontstaat is veel beter om te buigen in goed gedrag. Voorbeelden van aangeleerd gedrag zijn: Spelen, rangordebevestiging (baas, hond) jacht, waaksheid, eetrangorde, blaffen, grommen, zindelijkheid en oefeningen zoals zit, af, blijf enz.
Iedere hond dient opgevoed te worden. Bij de het ene ras zal dat wat gemakkelijker gaan dan bij het andere. Wel zijn er algemene regels die altijd in acht moeten worden gehouden.
Hieronder valt alles wat van wat instinctief gedrag is zoals: slapen, zuigreflex, melktrappen, ronddraaien op slaapplek, mondhoek stoten, likken en piepen.