Tamme konijnen zijn ontstaan uit wilde konijnen. Soms werden konijnen gehouden om de vacht en soms om het vlees.  Nog later werd het konijn vooral een gezelschapsdier.

 

Het konijn is geen knaagdier maar behoort tot de orde van de Lagomorpha (haasachtigen). Deze haasachtigen hebben twee stifttandjes achter de snijtanden van de bovenkaak. Verder hebben ze grote oren en de achterpoten zijn spring- poten. Ze eten zonder gebruik te maken van de voorpoten. Het vrouwtje heet een voedster, het mannetje een ram. 
Konijnen hebben vaak een donkere, roodbruine urine, die ten onrechte voor bloed wordt aangezien. Bijzonder aan konijnen is dat ze behalve gewone keutels ook zachte propjes, de zogenaamde maagpillen, produceren. Deze maagpillen, gewoonlijk 's nachts geproduceerd, eten ze weer op. De dieren hebben dit nodig omdat deze maagpillen rijk zijn aan vitamine B en K, die in de dikke darm zijn geproduceerd.

Konijnen zijn meestal altijd vriendelijke dieren, ook voor kinderen, maar sommige konijnen kunnen bijterig of krabberig zijn. Meestal begint dit als het konijn geslachtsrijp wordt (rond de 3-4 maanden), het konijntje dat daarvoor schattig en lief was is dan dominant geworden en niet meer zo lief! Verder is een konijn territoriaal: het zal zijn hok zal verdedigen als je hem daaruit probeert op te pakken.

  

Een konijn kan 6 tot 10 jaar oud worden. Ouder is echter geen uitzondering!


Webdesign powered by Design View